Vincent Koevoets
Deze week is het mooi weer, en afgelopen maandag hebben we de barbecue weer uit de kast getrokken. Mijn wederhelft was jarig en dat was natuurlijk een mooie aanleiding. De kinderen waren nog wat aan het spelen in het badje in de tuin en wij maakten de boel gereed. Zij legde het vlees op een bord, en ik stak de barbecue in brand, zoals dat in jargon benoemd wordt. Wij zijn niet van die hele gezonde barbecueërs, dat betekent dus veel vlees en lekker brood met kruidenboter. Echt vleeseters zijn we. Dat bracht bij mij de gedachte dat het toch iets bijzonders is om eigenlijk weer terug te gaan in de tijd, en op houtskool lekkere stukken vlees te braden. Natuurlijk hoeven we niet zelf op jacht om het te vangen, maar het idee is duidelijk. Het brengt ook altijd het oerinstinct naar boven, vooral bij de mannen zo lijkt het. Al wordt dat oerinstinct wat moderner uitgedrukt door het biertje wat steevast in één van de handen wordt gehouden, waar dan met de andere hand het vlees wordt omgedraaid. Bekend beeld voor de meesten, lijkt me. Eén been, daar sta je op, en de andere staat losjes een beetje gebogen vooruit. Ondertussen aan niet al teveel nuttige dingen denken en vooral zorgen dat het vlees niet verbrand. 
Heerlijk dat we een manier hebben gevonden om onze mannelijkheid uit te drukken, ook al denk ik dat er genoeg vrouwen zijn die prima hetzelfde zouden kunnen doen, met biertje in de hand en al. En toch lijkt het alsof dit iets van de man is, als vanzelf neemt bij de voorbereiding de man zijn plaats in achter de barbecue en de vrouw zit aan tafel met de kinderen en een lekker wijntje. Of zo. 
Oerinstinct 2.0, dat is het. En ik vind het heerlijk.